Monteer de veiligheidsafdekkingen bij buiten gebruik, trans-
port of opslag altijd aan de snij-inrichtingen.
• Besproei het apparaat nooit met water. Dit beschadigd de
motor.
• Reinig het apparaat met een doek, een handveger etc.
• Gebruik voor de reiniging van de kunststof een vochtige
doek. Geen reinigingsmiddelen, oplosmiddelen of scherpe
voorwerpen gebruiken.
• Bij gebruik van de motorzeis / gazontrimmer (19) wikkelt
zich om technische redenen, tijdens de werkzaamheden, nat
gras en onkruid om de aandrijfas onder de beschermings-
plaat (21). Verwijder dit omdat de motor anders door hoge
wrijving oververhit raakt.
Reinig en onderhoud het apparaat voordat u het
opslaat.
14.1 Regelmatige controles
Houd er rekening mee dat de volgende gegevens van toepas-
sing zijn op een normaal gebruik.
Onder bepaalde omstandigheden (langere dagelijkse werk-
zaamheden, sterke stofbelasting, etc.) moeten de aangegeven
intervallen overeenkomstig worden verkort.
Voor aanvang van de werkzaamheden, na het vullen van de
tank of na een schok of val:
• Controleer de buitenkant van de flexibele aandrijfas op in-
kepingen, scheuren, slijtage, verkleuringen, vervormingen en
andere beschadigingen. De flexibele aandrijfas moet worden
vervangen indien deze beschadigd, verkleurd of vervormd is.
• Snijgereedschap op stevige bevestiging controleren; alge-
mene visuele controle op scheuren en schade.
• Beschadigd of stomp snijgereedschap direct vervangen, ook
bij geringe haarscheurtjes.
• Snijgereedschap slijpen (ook indien nodig).
Wekelijkse controle:
• Smering van de aandrijving (ook indien nodig).
Indien nodig:
• Toegankelijke bevestigingsschroeven en moeren aanhalen.
Controleer alle bouten en moeren op loszitten en draai ze
indien nodig stevig aan.
• Controleer of de handvatschroeven loszitten en draai ze, in-
dien nodig, stevig vast.
U voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat,
door de voorschriften in deze gebruikshandleiding aan te hou-
den.
14.2 Onderhoud van de motoreenheid
14.2.1 Bougie vervangen en reinigen
(afb. 24)
Controleer minimaal eenmaal per jaar of bij regelmatig slecht
starten, de elektrodenafstand van de bougie (80).
De correcte afstand tussen de onstekingsvlag en het ontste-
kingscontact is 0,7 mm.
1.
Wacht totdat de motor volledig is afgekoeld.
2.
Verwijder de bougiestekker (15) van de bougie (80).
3.
Draai de bougie (80) er met de meegeleverde bougie-
sleutel (54) uit.
4.
Bij overmatige slijtage aan de elektrode of bij een zeer
sterke aanslag moet de bougie (80) door een bougie
van hetzelfde type worden vervangen.
5.
Sterke aanslag op de bougie (80) kan veroorzaakt wor-
den door: Te hoog olieaandeel in het benzinemengsel,
slechte oliekwaliteit, verouderd benzinemengsel of ver-
stopt luchtfilter.
6.
Draai de bougie (80) met de hand volledig in het
schroefdraad. Voorkom daarbij het kantelen van de bou-
gie (80).
7.
Draai de bougie (80) met de meegeleverde bougiesleu-
tel (54) vast.
8.
Bij gebruik van een momentsleutel bedraagt het aanhaal-
moment 12-15 Nm.
9.
Steek de bougiestekker (15) weer correct op de bougie
(80).
14.2.2 Luchtfilter reinigen (afb. 25)
Vervuilde luchtfilters verminderen het motorvermogen door een
te geringe luchttoevoer naar de carburateur. Stof en pollen
verstoppen de poriën van de schuimvulling (82). Regelmatige
controle is daarom absoluut noodzakelijk.
1.
Maak de borgschroef luchtfilter (81) los.
2.
Verwijder de afdekking van het luchtfilter (14).
3.
Verwijderen de schuimvulling (82).
4.
Plaats de afdekking van het luchtfilter (14) weer terug,
zodat er niets in het luchtkanaal kan vallen.
5.
Reinig de schuimvulling (82) door uitkloppen of uitblazen
met perslucht.
6.
Plaats de schuimvulling (82) in de omgekeerde volgorde
terug.
Let op:
Luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen reini-
gen.
Om de levensduur van de motor niet te verkorten, moet een
beschadigd luchtfilter direct worden vervangen.
m Waarschuwing!
Laat de motor nooit draaien, als het luchtfilterelement niet is
geplaatst.
14.2.3 Afstellen van de carburateur
Als het stationair toerental te hoog of te laag is, moet de carbu-
rateur worden ingesteld.
Laat de carburateur uitsluitend instellen door gekwalificeerd
vakkundig personeel!
14.3 Onderhoud motorzeis / gazontrimmer (19)
14.3.1 Vervangen van de spoel/het snijdraad
(afb. 26-29)
1.
Demonteer de spoel (25) van de motorzeis / gazontrim-
mer (19).
2.
Trek de spoelafdekking (85) door krachtig te drukken op
de bevestigingsstrip (86) van de spoel (25) af (afb. 26).
3.
Verwijder de draadhouder (84) met de draadresten.
117
NL/BE