diagral SI200 Mode D'emploi page 9

Sirène d'alarme intérieure
Table des Matières

Publicité

Les langues disponibles
  • FR

Les langues disponibles

FIG. E
Plaatsing van de antennes
Antennebuizen.
Bevestigingsgleuf.
Neem de 2 antennebuizen die in de verpakking steken.
Schuif de 2 antennes volledig in de buizen.
1
Plaats de antennedoppen.
1
Steek de buizen in de verticale gleuven door middel van uw platte schroevendraaier om
3
ze vast te zetten.
FIG. F
Werkingsopties
De strip met 3 microschakelaars maakt het mogelijk om de inschakelvertraging en het al dan
niet overbrengen van de geluidsmeldingen van de centrale te kiezen.
Positie van de microschakelaars
(1) Alleen actief bij noodoproep, autobeveiliging, brand, vooralarm.
(2) De overbrenging van de geluidsmeldingen is de herhaling door de sirene van de geluids-
meldingen van de centrale bij de activeringen en bij het uitzetten. Dit werkt alleen wanneer de centrale in
normale modus staat (aan de muur bevestigd). De overbrenging van de geluidsmeldingen is identiek voor
ieder verstuurd bevel.
(3) De overbrenging van de geluidsmeldingen is echter actief gedurende de plaatsing van de sirene.
NL
Werkingsopties
Directe beltoon bij indringing
Vertraagde beltoon van 10 sec.
Vertraagde beltoon van 60 sec.
Stille beltoon (1)
Geen overbrenging (2)(3)
Overbrenging
bij uitschakelen/inschakelen (2)
FIG. G
Plaatsing van de batterijen en sluiting
Plaats de 4 batterijen in de sirene. Druk op de knop UITSCHAKELEN van een afstandsbedie-
ning of het toetsenbord.
Indien uw sirene een geluidssignaal uitzendt, is de persoonlijke radiocode correct.
Indien het commando geen uitwerking heeft op de sirene, verwijdert u de 4 batterijen en her-
begint u met de codering van de persoonlijke radiocode van uw sirene.
FIG. H
Autobeveiliging
Opgelet: de autobeveiliging bij afrukken, bij openen van de behuizing en bij afsnijden
van de antenne is niet-actief tijdens de plaatsing van de sirene. Ze wordt actief na de eerste
activering (gedeeltelijk, totaal, Groep A of Groep B) en indien de autobeveiligingspen gedu-
rende meer dan 5 is ingeschakeld. Wij raden u ten stelligste aan om te wachten totdat de
sirene aan de muur bevestigd is alvorens een activeringsbevel te sturen.
Autobeveiligingspen.
gingspen in de uitsparing, in positie 2 zoals aangeduid op
FIG. I
Bevestiging
Bevestig de sokkel aan de muur met de meegeleverde bolkopschroeven en tussenringetjes
1
of andere, die beter aangepast zijn, indien nodig. Zorg voor voldoende vrije ruimte onder
de sokkel zodat u de vastzetschroef kunt aandraaien.
Klik uw alarmsirene op haar sokkel vast en draai de vastzetschroef aan
2
Stuur een werkingsbevel (Gedeeltelijk, Totaal, Groep A of Groep B): uw sirene geeft een
3
geluidssignaal. Stuur een stopbevel.
De autobeveiliging is nu actief: de sirene wordt ingeschakeld bij losrukken, opening of afsnij-
den van de 2 antennes.
Uw sirene is aan de muur bevestigd. Voer regelmatig een reële inschakeltest van uw sirene uit.
CONTROLE EN VERVANGING VAN DE BATTERIJEN
De alarmsirene controleert permanent de staat van haar batterijen. Ze meldt dat u ze moet
vervangen door middel van een onderbroken geluidssignaal "bip, bip,... bip, bip..." telkens
een stop- of werkingsbevel wordt gestuurd met de afstandsbediening. Het geluidssignaal voor
een lege batterij volgt op de overbrenging van de geluidsmeldingen van de centrale, indien
deze overbrenging geactiveerd werd. Vervang dan de 4 batterijen tezelfdertijd en ga daar-
bij als volgt tewerk:
Neem een afstandsbediening en een kleine kruiskopschroevendraaier en plaats u op
1
dezelfde hoogte als de sirene om ze te kunnen openen.
Schroef de vastzetschroef los
2
Verwijder de sirene en druk tegelijk op de knop UITSCHAKELEN van uw afstandsbe-
3
diening of van uw toetsenbord om de inschakeling van het geluidssignaal dat te wijten is aan
de uitschakeling van de autobeveiliging te voorkomen.
Verwijder alle batterijen en wacht 5 min. alvorens de nieuwe batterijen aan te sluiten
4
volgens de in
Fig. G
beschreven werkwijze.
Bevestig de sirene op de sokkel en draai de vastzetschroef goed aan.
5
Stuur een werkingsbevel (Gedeeltelijk, Totaal, Groep A of Groep B) en vervolgens een
6
stopbevel.
Voer een reële inschakeltest uit.
7
Uw sirene is opnieuw gebruiksklaar.
16
Uitsparing voor de autobeveiligingspen. Steek de autobeveili-
Fig. H.
(Fig.
B).
NL
(Fig.
B).
17

Publicité

Table des Matières
loading

Table des Matières