Waarschuwing - batter en
• Reinig vóór het plaatsen van de batterijen de
batterijcontacten en de contacten in het product.
• Laat kinderen nooit zonder toezicht batterijen vervangen.
• Vervang alle batterijen van een set tegelijkertijd.
• Gebruik geen oude en nieuwe batterijen tegelijkertijd of
batterijen van een verschillende soort of fabricaat.
• Sluit de batterijen niet kort.
• Laad de batterijen niet op.
• Werp de batterijen niet in vuur en verwarm ze niet.
• Batterijen nooit openen, beschadigen, inslikken of in het
milieu terecht laten komen. Zij kunnen giftige en zware
metalen bevatten die schadelijk zijn voor het milieu.
• Lege batterijen direct uit het product verwijderen en
afvoeren.
• Vermijd opslag, opladen en gebruik bij extreme temperaturen
en extreem lage luchtdruk (bijv. op grote hoogte).
• Zorg ervoor dat batterijen met een
beschadigde behuizing niet in contact met
water komen.
• Houd de batterijen buiten het bereik van
kinderen.
5. Ingebruikname
5.1 Batterijen plaatsen
• Verwijder de beschermfolie van het display.
• Open het batterijvak aan de achterkant en plaats 2 AA-
batterijen met de juiste polariteit in het meetstation en 3 AAA-
batterijen met de juiste polariteit in het basisstation.
• Sluit het deksel van het batterijvak vervolgens weer.
Aanw zing
• Let erop dat u bij de ingebruikneming altijd eerst de
batterijen in het meetstation plaatst.
5.2 Batterijen vervangen
Meetstation
• Als het batterijwaarschuwingssymbool (10) wordt weergegeven
naast de luchtvochtigheid binnen, vervang dan de batterijen in
het meetstation door twee nieuwe batterijen.
• Open het batterijvak, verwijder de gebruikte batterijen en gooi
ze weg en plaats twee nieuwe AA-batterijen met de juiste
polariteit. Sluit het deksel van het batterijvak vervolgens weer.
Basisstation
• Als het batterijwaarschuwingssymbool (7) wordt weergegeven,
vervang dan de batterijen in het basisstation door drie nieuwe
batterijen.
• Open het batterijvak (21), verwijder de gebruikte batterijen en
gooi ze weg en plaats drie nieuwe AAA-batterijen met de juiste
polariteit. Sluit het deksel van het batterijvak vervolgens weer.
6. Montage
Aanw zing - Montage
• Het is aan te bevelen om het basis- en het meetstation
eerst op de gewenste montageplaatsen te plaatsen en alle
instellingen - zoals in 7. Gebruik beschreven - uit te voeren.
• Monteer het basisstation en de buitensensor pas na correcte
afstelling en een stabiele radioverbinding
Aanw zing
• Het bereik van de draadloze overdracht tussen het meet- en
basisstation bedraagt in open terrein maximaal 50 m.
• Zorg er voor de montage voor dat de radiotransmissie niet
wordt beïnvloed door stoorsignalen of obstakels zoals
gebouwen, bomen, voertuigen, elektriciteitskabels, etc.
• Zorg voor de definitieve installatie voor voldoende ontvangst
tussen de gewenste montagelocaties.
• Zorg er bij het plaatsen van het meetstation voor dat het
tegen direct zonlicht en regen is beschermd.
• De internationale standaardhoogte voor het meten van de
luchttemperatuur is 1,25 m boven de grond
Waarschuwing
• Zorg voor geschikt montagemateriaal als u het apparaat aan
de wand wilt monteren.
• Vergewis u ervan dat er geen defecte of beschadigde
producten/componenten worden gemonteerd.
• Tijdens de montage nimmer geweld of grote krachten
gebruiken. Dit kan het product beschadigen.
• Controleer voordat u de houder monteert of de wand
geschikt is voor het gewicht dat u gaat aanbrengen en
controleer vervolgens of er zich op de montageplaats in
de wand geen elektrische kabels, water-, gas- of andere
leidingen bevinden.
• Monteer het product niet op plaatsen waaronder zich
personen kunnen begeven.
7. Gebruik en werking
7.1 Verbinding met het meetstation
• Na het plaatsen van de batterijen, zoekt het basisstation
automatisch naar een verbinding met het meetstation en voert
de eerste instelling uit.
29