Veiligheidsafstand
1.ALGEMENE INSTRUCTIES
1.1. De in deze gebruiksaanwijzing vermelde luchtverwarmers mogen alleen buitenshuis of
in een goed geventileerde omgeving worden gebruikt
1.2. Voor elke kW is een permanente ventilatie van 25 cm³ noodzakelijk, gelijk verdeeld
tussen de vloer en het hoger niveau, met een minimale uitlaat van 250 cm³.
1.3. Gascilinders moeten worden gebruikt en bewaard in overeenstemming met de geldende
regelgeving.
1.4. De heteluchtstroom mag nooit naar de cilinder worden gericht.
1.5. Gebruik alleen de meegeleverde drukregelaar.
1.6. Gebruik de luchtverwarmer nooit zonder zijn kap.
1.7. Ga niet boven 100 W/m³ vrije ruimte. Het minimale volume van de ruimte moet meer dan
100 m³ zijn.
1.8. Zorg ervoor dat de inlaat of uitlaat van de luchtverwarmer niet belemmerd zijn.
1.9. Als de luchtverwarmer gedurende een lange tijd op maximumvermogen moet werken,
kan het zijn dat er ijs wordt gevormd op de cilinder. Dit is te wijten aan overmatige
dampafvoer. Dit is geen reden om de cilinder te verwarmen en de cilinder mag overigens
om geen enkele reden worden verwarmd. Om dit effect te vermijden, of op zijn minst te
beperken, gebruikt u een grotere cilinder of twee met elkaar verbonden cilinders.
(Afbeelding 1)
1.10. Gebruik de luchtverwarmer niet in kelders of ruimtes onder de grond.
1.11. Bij verstoorde werking, neem contact op met de technische dienst.
1.12. Na gebruik de gascilinderkraan dichtdraaien.
1.13. De gasfles moet altijd worden teruggeplaatst volgens de veiligheidsregels, ver weg van
mogelijke ontstekingsbronnen.
1.14. De gasslang mag niet gebogen of geknikt zijn.
1.15. De luchtverwarmer moet op een plaats worden gezet waar er geen risico is op brand.
Afb.1