4
1
@o
Bediening zwaailicht voor
•
Tuimelschakelaar(
1 ) indrukken.
•
Zwaailicht voor (stilstaand).
1
Bediening
zwaailichten
achter
•
Tuimelschakelaar(
1 ) indrukken.
•
Zwaailichten voor en achter (bewegend).
Bediening flitszwaailampen/flit-
voor en
spaal (flitslampen)
•
Druk de tuimelschakelaar ( I ) in.
•
Plaats de schakelaar op het stuur in de
gewenste stand:
O
Deflitszwaailampen
ren. De flitspaal wordt ingescha-
keld
1 => Deflitspaal wordt ingeschakeld.
2 =>
De flitszwaailampen voor knippe-
ren.
B03
voor knippe-