Hamron 008908 Mode D'emploi page 19

Table des Matières
afhankelijk van de capaciteit en/of
de lading van de batterij.
2.
Laadstroom 12 V AGM-accu
2 A/4 A/6 A/8 A. De laadstroom
wordt automatisch ingesteld,
afhankelijk van de capaciteit en/of
de lading van de batterij.
3.
Winterstand 12 V standaard accu en 12 V
AGM-accu. Geschikt voor gebruik bij 5 °C
of lager.
LET OP!
Laad nooit een bevroren accu op, laat hem
altijd ontdooien voordat u hem oplaadt.
4.
Laadstroom 6 V standaard loodzuuraccu
2 A/4 A/6 A/8 A. De laadstroom
wordt automatisch ingesteld,
afhankelijk van de capaciteit en/of
de lading van de batterij.
5.
Indicator voor acculading
Elk segment vertegenwoordigt 20%.
Knipperend kader geeft aan dat de
accu wordt opgeladen. Wanneer het
kader en alle vijf de segmenten
oplichten, is de accu volledig
opgeladen en schakelt het product
over op onderhoudsladen.
6.
Accuspanning, resolutie 0,1 V.
7.
Indicatie van polariteitsfout.
8.
Indicatie van defecte accu.
9.
Symbool voor accuklem.
AFB. 1
GEBRUIK
De stekker van de oplader is in het
stopcontact gestoken, maar er is geen
accu aangesloten.
De achtergrondverlichting knippert
groen, 0,0 V wordt weergegeven en
het accuklemsymbool is verlicht
De accu is aangesloten maar de stekker
van de lader is niet in het stopcontact
gestoken.
Het display is leeg.
De stekker van de oplader is in het
stopcontact gestoken en de accu is
aangesloten.
De achtergrondverlichting knippert
groen en de accuspanning wordt
weergegeven. Na 5 seconden wordt
de achtergrondverlichting rood en
begint het opladen.
Loskoppelen van klemmen tijdens het
laden of na beëindiging van het laden
De achtergrondverlichting knippert
groen, 0,0 V wordt weergegeven en
het accuklemsymbool wordt verlicht.
De stekker van de oplader is in het
stopcontact gestoken en de accu is met de
verkeerde polariteit aangesloten
De achtergrondverlichting knippert
en het symbool voor een
polariteitsfout brandt.
De stekker van de lader is in het
stopcontact gestoken, de accu is
aangesloten en er staat spanning tussen
de klemmen, maar er vloeit weinig of
geen laadstroom.
De klemmen zijn niet goed
aangesloten op de accu,
bijvoorbeeld als gevolg van oxide op
de accupolen. Het display knippert,
het symbool voor de accuklemmen
brandt en de spanning tussen de
klemmen wordt getoond.
ONDERHOUD
Het product moet worden opgeslagen en
gebruikt in een droge en goed
geventileerde ruimte, beschermd tegen
hitte en direct zonlicht en tegen bijtende
gassen. Tijdens het opladen moet het
product op een stabiele ondergrond
worden geplaatst, zo ver mogelijk van de
opgeladen batterij verwijderd als de
kabels toelaten.
Bedrijfstemperatuur: -10 till 40 °C
Opslagtemperatuur -10 tot 50 °C.
Plaats nooit de lader op de accu of de
accu op de lader.
Stop met laden als de accutemperatuur
tijdens het laden hoger is dan 45 °C. Laat
de accu afkoelen tot de toegestane
oplaadtemperatuur voordat u het
opladen hervat.
NL
19
Table des Matières
loading

Table des Matières