Télécharger Imprimer la page

Immergas 3.025483 Instructions D'utilisation Et Avertissements page 21

Kit deuxième zone supplémentaire basse température série hercules erp
Masquer les pouces Voir aussi pour 3.025483:

Publicité

Les langues disponibles

Les langues disponibles

AANWIJZINGEN VOOR DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE.
De kabels voor de aansluiting met de ruimtethermostaten (24V)
en/of met de Chronothermostaat CAR
nooit aan de lijnkabels 230V gekoppeld worden. De gebruikte
ruimtethermostaten moeten een potentiaal vrij contact hebben
en over een elektrische voeding met printkaart beschikken voor
het beheer van de zones, aanwezig in de kit. De maximale afstand
van de aansluitingen tussen de zone-kit en de ruimtethermostaten
mag niet meer zijn dan 50 m. De geleiders voor de laagspannings-
aansluitingen (24V) moeten over een minimumdoorsnede van
0.5 mm
beschikken. De aansluitdoos, aanwezig in de kit, is reeds
2
compleet van verbindingskabels voor de interne componenten van
de ketel (circulatiepompen, mengkleppen, dashboard, veiligheids-
thermostaat en toevoersonde installatie) en is ook compleet van
een klemmenbord voor de aansluiting van de ruimtethermostaten
voor de besturing van de zones.
ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN VAN DE COMPONENTEN
VAN DE KETEL.
• Circulatiepomp directe zone 1 (4): door het gebruik van de Kit
zal de circulatiepomp voor de verwarming, reeds aanwezig in de
ketel, dienen voor de circulatie van de directe zone. Koppel hier-
voor de connector, die de circulatiepomp voor de verwarming
voedt (det. 4 Fig. 1), van de kabels van de ketel los (de connector
bevindt zich bij de circulatiepomp).
- Condensatieketel: sluit de mannelijke connector, aanwezig op
de kabels van de aansluitdoos en aangeduid door het plaatje
„Z1", met de vrouwelijke connector aan, die van de betreffende
circulatiepomp komt.
- Traditionele ketel: open de aansluitdoos (25), verwijder de kabel
aangeduid door het plaatje „Z1", vervang hem door de kabel
aanwezig in de kit en verbind hem met de circulatiepomp (4).
NB: De connector die na de vorige werkzaamheid is vrij gebleven,
moet in verticale positie blijven, met de contacten naar beneden
gericht.
• Circulatiepomp gemende zone 2 (9): sluit de circulatiepomp
van de lage temperatuurzone met de kabel aan die uit de aan-
sluitdoos komt, aangeduid door het plaatje "Z2".
• Drieweg mengklep: sluit de motor (6) van de driewegklep (5)
met de kabel aan die uit de aansluitdoos komt, aangeduid door
het plaatje "3V 2".
• Veiligheidsthermostaat (14): sluit de kabel die uit de aansluit-
doos komt, aangeduid door het plaatje "TS 2" met de fast-on
klemmen aan van de veiligheidsthermostaat, eerder bevestigd
op de buis (11).
• Toevoersonde (12): sluit de kabel die van de aansluitdoos komt,
aangeduid door het plaatje "NTC 2", met de toevoersonde aan,
eerder bevestigd op de buis (11), dek de sonde af met de dop,
aanwezig op de kabel.
of Super CAR mogen
V2
A A N S L U I T I N G
V A N
RUIMTETHERMOSTATEN ON-OFF.
De ruimtethermostaten On-Off van de directe en gemengde zones
moeten met het klemmenbord „X9" aangesloten worden, aanwezig
op de printkaart van de kit, met de onderstaande sequentie en
door de aanwezige brug te elimineren:
a) Klemmen 1 en 2 di X9 ⇔ aansluiting TA1 - directe zone 1;
b) Klemmen 3 en 4 van X9 ⇔ aansluiting TA2 - gemengde zone 2;
De draden van de TA moeten door de ribbelbuis lopen (21).
AANSLUITING VAN DE KIT MET DE PRINTKAART VAN
DE KETEL.
Sluit de kabel, aangeduid door het plaatje "230V" (driepolig met
zwarte, grijze en geel/groene kabels) met de printkaart van de
ketel aan met de volgende polariteit:
a) Geel/groene kabel ⇔ aardklem dashboard ketel;
b) Zwarte kabel ⇔ klem A connector X10 kaart van ketel;
c) Grijze kabel ⇔ klem B connector X10 kaart van ketel.
Sluit de kabel, aangeduid door het plaatje "24V", met de kaart van
de ketel aan nadat de brug werd verwijderd op de klemmen 40 en
41 en neem de volgende polariteit in acht:
a) Bruine kabel ⇔ klem 44 op de kaart van de ketel;
b) Blauwe kabel ⇔ klem 41 op de kaart van de ketel;
Na de aansluitingen de kabels van de kit samenvoegen de kabels
van de ketel samenvoegen d.m.v. de meegeleverde klemmen.
A A N S L U I T I N G
M E T
AFSTANDSBEDIENING (CAR
Het is mogelijk om de zone van de installatie te kiezen, beheerd
door de Afstandsbediening, via de keuzeschakelaar S26, aanwezig
op de kaart voor het beheer van de zone, zoals beschreven in de
volgende paragraaf.
De elektrische aansluiting moet op het klemmenbord van de
kaart van de ketel uitgevoerd worden en de hieronder vermelde
polariteit moet in acht genomen worden terwijl de brug, aanwezig
op het klemmenbord „X9 van de kit zone" moet geëlimineerd
worden, overeenkomstig met de zone, geselecteerd als hoofdzone:
a) Klemmen 42(+) van ketel ⇔ aansluiting IN+ op Afstandsbe-
diening;
b) Klemmen 43(-) van de ketel ⇔ aansluiting IN- op Afstands-
bediening.
Controleer of "S25"is ingesteld op de "master kaart".
• De CAR
moet voorzien zijn van een On-Off werking (zie
V2
gebruiksaanwijzing) om de klimaatregeling te verhinderen die
onvoldoende comfort zou bieden in de zones van de installatie
die niet door CAR
maar door ruimtethermostaten worden
V2
beheerd.
• De Super CAR mag zowel in de On-Off modus (zie gebruiks-
aanwijzing) als in modulerende modus ingesteld zijn, volgens
de opties beschreven in de tabel "Temperatuurregeling toevoer".
NB: voor een optimale werking van de ketel controleren of de
Firmware-versie van de Super CAR de versie 1.03 of hoger is.
Als u de modulerende modus instelt, de parameters "DIMENS"
en "OFFSET" op de Super CAR regelen, zoals beschreven in de
gebruiksaanwijzing.
D E
K I T
M E T
E E N
O P T I O N E L E
OF SUPER CAR).
V2
D E
21

Publicité

loading