Inbedrijfstelling
Verbrandingsanalyse
1
2
16
Instellen verbrandingswaarde bij
vollast
Start het toestel op regelstopbedrijf in
deellast 50%. Wanneer het toestel op
50% belasting brandt, het toestel
3 minuten laten stabiliseren. Verhoog
vervolgens stapsgewijs de belasting
tot 100%. Controleer de gasdruk aan
de inlaat van het gasblok gedurende
het opmoduleren naar 100%:
de gasdruk mag niet onder de minimaal
voorgeschreven waarde komen (zie
technische gegevens). Indien een
(optionele) minimale gasdrukschake-
laar is aangesloten, stel deze dan in
op 75% van de benodigde gasdruk.
Controleer de verbrandingswaarden
via het meetpunt in de schoorsteen-
aansluiting (1). Indien noodzakelijk
kunnen de verbrandingswaarden
wor-den gecorrigeerd met behulp
van de kleine instelschroef aan de
bovenzijde van het gasblok (2).
3
Instellen verbrandingswaarde bij
minimumlast
Schakel het toestel om naar minimum-
last (0%). Controleer de verbrandings-
waarden op dezelfde wijze als
beschreven voor vollast.
De verbrandingswaarden kunnen,
indien noodzakelijk, worden ge-
corrigeerd met behulp van de grote
instelschroef aan de bovenzijde van
het gasblok (3).
Controleren verbrandingswaarde
bij 50% belasting
Het is aanbevolen om de verbrandings-
waarde bij 50% belasting te meten als
referentie voor een stabiele gas/lucht-
verhouding over het gehele modula-
tiegebied van het toestel.
De CO
-waarde dient zich te bevinden
2
tussen de ingestelde waarden bij
vollast en minimumlast. De CO-waarde
moet ongeveer gelijk zijn aan de
waarden bij vollast en minimumlast.
Vergeet niet om na de verbrandings-
analyse de regelstop-modus te
beëindigen en het toestel terug te
zetten naar automatische bedrijf
Verbrandingswaarden aardgas
G20 / G25
R40/50-150
CO
%
8.5 ± 0.2
2, max
Verbrandingswaarden aardgas
G20 / G25
R40/50-150
CO
%
8.5 ± 0.2
2, min