• Als het koelapparaat is aangesloten op een gelijkstroomaansluiting: Koppel de aansluiting
los of schakel de aansluiting of schakel het koelapparaat uit wanneer u de motor uitscha-
kelt. Anders kan de accu van het voertuig ontladen.
• De koelunit is niet geschikt voor het transport van bijtende stoffen of stoffen die oplosmid-
delen bevatten.
• DDe isolatie van de koelunit bevat brandbaar cyclopentaan en vereist een speciale ver-
wijderingsprocedure. Gooi de koeleenheid aan het einde van de levensduur weg bij een
daarvoor geschikt recyclingcentrum.
• Gebruik geen elektrische apparaten in de koelkast, tenzij deze apparaten worden aanbevo-
len door de fabrikant.
• Plaats het koelapparaat niet in de buurt van open vuur of andere warmtebronnen (verwar-
ming, direct zonlicht, gasovens, enz.).
Risico op oververhitting!
• Zorg er altijd voor dat de warmte die tijdens het gebruik ontstaat, voldoende kan worden
afgevoerd. Zorg ervoor dat het koelapparaat op voldoende afstand van muren of voorwer-
pen wordt geplaatst, zodat de lucht kan circuleren. Neem de minimumafstanden in acht
(Fig. 1, pagina 3).
• Om ervoor te zorgen dat het koelmiddel goed kan circuleren, mag de hellingshoek van de
koelunit niet groter zijn dan 3°. Gebruik een waterpas om de koelunit waterpas te zetten.
• Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet afgedekt zijn.
• Vul de binnencontainer niet met vloeistoffen of ijs.
• Dompel het koelapparaat nooit onder in water.
• Bescherm de koeleenheid en de kabels tegen hitte en vocht.
• Het apparaat mag niet worden blootgesteld aan regen.
2.2 Veiligheid bij het werken met gas
WAARSCHUWING! Het niet in acht nemen van deze waarschuwingen kan leiden tot
de dood of ernstig letsel.
Explosiegevaar
• Het apparaat mag alleen worden gebruikt bij de druk die is aangegeven op het typeplaatje.
Gebruik alleen vaste drukregelaars die voldoen aan de nationale voorschriften. Gebruik een
vaste DIN-DVGW-goedgekeurde drukregelaar volgens DIN EN 16129.
• Het koelapparaat mag alleen buiten worden gebruikt als het op gas werkt.
Verstikkingsgevaar!
• Gebruik van het apparaat met gas in een ongeventileerde ruimte leidt tot zuurstofgebrek
in deze ruimte.
• Gebruik het apparaat niet in ongeventileerde ruimtes, zoals gesloten ruimtes, tenten, mo-
torvoertuigen, stacaravans, caravans, schepen, jachten, boten en vrachtwagencabines.
• Plaats het apparaat niet in de buurt van brandbare materialen (papier, droge bladeren,
textiel).
• Houd brandbare voorwerpen uit de buurt van de brander.
• Bewaar cilinders met vloeibaar gas nooit op ongeventileerde plaatsen of onder de grond
(trechtervormige grondniveau (trechtervormige depressies in de grond).
NL
41