9
De batterijen
vervangen
10
De batterijen opladen
Fig. 33: Voedingseenheid 9 V
Een lage batterijspanning wordt op het display
aangegeven met een batterijsymbool.
LET OP!
Zodra een batterijsymbool met een halfvolle batterij
verschijnt, moeten de batterijen in het batterijvak
aan de achterkant van het apparaat worden
vervangen.
Vervang de batterijen door 4 nieuwe AA
mignoncellen (alkaline).
OPMERKING!
Als de batterijen vervangen zijn, is de opwarmtijd
na het inschakelen 3 minuten.
Het apparaat kan ook worden gebruikt met 4 AA-
batterijen.
Om de batterij op te laden, sluit je het
apparaat aan op het lichtnet via de
lichtnetadapter. Steek hiervoor de stekker van
de netadapter in de aansluiting voor de
netadapter aan de onderkant van het
apparaat, zie Fig. 1 onderdeel 7.
Als het apparaat wordt ingeschakeld, knippert er
tijdens het opladen een batterijsymbool op het
display. Zodra het opladen is voltooid, verdwijnt
het batterijsymbool van het scherm.
WAARSCHUWING!
Levensgevaar door elektrische stroom!
Raak de netstekker nooit met natte handen aan!
Houd de voeding uit de buurt van vocht!
Trek de voedingseenheid niet aan de kabel uit het
stopcontact, want deze kan scheuren!
Gebruik de voedingseenheid alleen als de op het
typeplaatje aangegeven elektrische spanning
overeenkomt met die van het stopcontact!
De batterijen kunnen worden opgeladen terwijl ze
in het apparaat zitten. Het apparaat kan worden
gebruikt terwijl de batterijen in het apparaat
worden opgeladen.
De batterijen vervangen
NL
55