Temperatuur instellen
•
Het apparaat heeft één instelbare temperatuurzone. De temperatuur
kan worden ingesteld tussen 5°C en 20°C (41°F en 68°F). Het appa-
raat kan worden gebruikt als wijnrijpingskoeler of als serveerkoeler
voor wijn. Het aanbevolen temperatuurinstelbereik voor het laten
rijpen van wijn is 11°C tot 14°C (52°F tot 57°F). Het aanbevolen
temperatuurinstelbereik voor het serveren van witte wijn is 5°C tot
10°C (41°F tot 50°F) en voor het serveren van rode wijn 15°C tot
20°C (58°F tot 68°F).
•
Wanneer het apparaat voor het eerst wordt aangesloten, wordt het
automatisch ingeschakeld met de standaardinstellingen. De in de fa-
briek ingestelde temperatuur is 12°C (54°F) (ideale rijpingstempe-
ratuur).
•
U kunt de gewenste temperatuur instellen door de knop OMHOOG
of OMLAAG aan te raken. Wanneer u een van de knoppen voor de
eerste keer aanraakt, zal het display de laatst ingestelde tempera-
tuur weergeven. De temperatuur zal met 1°C/1°F stijgen als u de
OMHOOG-toets eenmaal aanraakt of zal met 1°C/1°F dalen als u de
OMLAAG-toets eenmaal aanraakt. Het display knippert terwijl de in-
stellingen worden ingevoerd.
•
Zodra de temperatuur is ingesteld, toont het display de huidige tem-
peratuur in het apparaat.
•
Om de ingestelde temperatuur op elk moment weer te geven, raakt
u de OMHOOG- of OMLAAG-toets aan, waarna de ingestelde tempe-
ratuur gedurende 5 seconden op het display knippert. Daarna ver-
schijnt de huidige binnentemperatuur weer op het display.
TEMPERATUURDISPLAY
Tijdens normaal bedrijf geeft het temperatuurdisplay op het bedie-
ningspaneel de temperatuur in het apparaat weer. De temperatuurweer-
gave begint te knipperen als
•
Er een andere temperatuur wordt ingesteld,
•
De temperatuur in de zone meer dan 5°C (9°F) afwijkt van de inge-
stelde temperatuur.
De knipperende temperatuurdisplay zorgt ervoor dat de temperatuur
niet ongemerkt stijgt of daalt en de wijn niet negatief beïnvloedt.
TEMPERATUURGEHEUGENFUNCTIE
Bij een stroomonderbreking (piekstroom, veiligheidsschakelaar, enz.)
onthoudt het apparaat de vorige temperatuurinstellingen. Wanneer de
voeding hersteld is, keert de temperatuur in de kast terug naar dezelfde
ingestelde temperatuur als vóór de stroomonderbreking.
- 58-