Télécharger Imprimer la page

Wolf 2012059 Notice De Montage page 5

Publicité

Les langues disponibles
  • FR

Les langues disponibles

  • FRANÇAIS, page 4
Tekening 1: veiligheidsgroep CHK / CNG / FNG
Overzicht van de sets met indeling in soorten apparaten
Art.nr.
Afmeting
Max. ketelprest.
Max. toegelaten
bedrijfstemperatuur
Max. bedrijfsdruk
Veiligheidsklep
Bijzondere kenmerken:
De manometer en de snelontluchter zijn met een automatische
afsluitinrichting uitgerust. Ze sluiten automatisch de respectieve
aansluitstukken af als een van de onderdelen gedemonteerd wordt.
Daardoor wordt een eenvoudige vervanging van deze delen bij een
gevulde verwarmingsinstallatie mogelijk.
De veiligheidsklep kan vrij rond de aansluiting gedraaid worden. De
richting van de afvoerleiding kan zo volgens de omstandigheden in de
verwarmingsinstallatie gekozen worden.
Een extra aansluitstuk aan de onderkant van de veiligheidsgroep maakt
bijvoorbeeld de aansluiting van een vulinstallatie voor de
verwarmingsinstallatie mogelijk.
Leveringsomvang:
• Veiligheidsgroep met isolatiedeken
• Aansluitend pijpstuk
• Verbindingsstuk
• Dichtingen
Montagehandleiding
Veiligheidsgroep
CNK 17 - 40
CNK 50 / 63
20 12 059
20 12 063
DN15
DN20
50 kW
100 kW
Tekening 2: veiligheidsgroep CNK
CHK 22 – 45
CHK 60
20 12 060
20 12 064
DN15
DN20
50 kW
100 kW
110°C
6 bar
3 bar
Inbouwvoorschriften:
Bij de montage van de ketelveiligheidsgroep moeten de
inbouwvoorschriften van de verwarmingsketel in acht genomen wor-
den: De ketelveiligheidsgroep
- moet zich in de opstelruimte van de warmteproducent bevinden en
goed toegankelijk zijn,
- moet op het hoogste punt van de warmteproducent of in de
onmiddellijke nabijheid van de voorloopleiding ingebouwd zijn,
- moet loodrecht ingebouwd zijn en een eigen stijgend verlopende
toevoerleiding hebben (max. 1 m lang).
De verbindingsleiding tussen de warmte-producent en
ketelveiligheidsgroep
- mag niet afsluitbaar zijn,
- mag geen filters, hulpstukken en dergelijke bevatten,
- moet van die aard zijn dat de statische en dynamische belastingen
zeker opgenomen kunnen worden.
De ontluchtingsleiding van de
veiligheidsklep
- moet met een helling gelegd worden,
- mag maximaal 2 m lang zijn en 2 bogen bezitten,
- moet zo gemaakt zijn dat personen bij het ontluchten niet in gevaar
gebracht worden. De ingang moet vrij waarneembaar zijn.
Als de ontluchtingsleiding in een afvoertrechter eindigt, moet de afvoer van de
trechter minstens de dubbele doorsnede van de klepuitgang hebben.
Snelontluchter: om een luchtuitstroming te waarborgen moet de
beschermkap 2 toeren geopend worden.
CNG 10 – 48
FNG 57
FNG 10 – 41
20 12 061
20 12 065
DN15
DN20
50 kW
100 kW
5

Publicité

loading

Ce manuel est également adapté pour:

20120632012060201206420120612012065