Belichtingsmeting; De Belichtingsmeter In-/Uitschakelen - Leica M-D (typ 262) Notice D'utilisation

Table des Matières

Publicité

Les langues disponibles

Les langues disponibles

NL

BELICHTINGSMETING

Bij deze camera vindt de belichtingsmeting voor het aanwezige
omgevingslicht plaats door het objectief bij werkdiafragma met
sterke centrumoriëntatie. Daarbij wordt het door de lichte sluiterla-
mel van het eerste sluitergordijn gereflecteerde licht gemeten. De
voor een correcte belichting geschikte tijd/diafragma-combinaties
worden door de zoekerweergaven aangegeven respectievelijk
worden met hun hulp berekend.
Met de tijdautomaat wordt het diafragma handmatig geselecteerd,
maar de camera berekent zelf de bijbehorende sluitertijd. In deze
modus informeert een digitale LED-weergave over de berekende
sluitertijd (bijvoorbeeld
Bij handmatige instelling van beide waarden dient voor de afstelling
van de belichting een lichtschaal (▸▯◂) van drie rode LED's. Als de
instelling goed is, brandt uitsluitend de middelste, ronde LED.

De belichtingsmeter in-/uitschakelen

De belichtingsmeter wordt ingeschakeld door de ontspanner licht
in te drukken tot aan zijn eerste drukpunt, vooropgesteld dat de
camera met de hoofdschakelaar is ingeschakeld en het tijd-instel-
wieltje niet op B staat. Eén van de weergaven in de zoeker meldt
door middel van constant branden dat de belichtingsmeter gereed
is om te meten:
– bij tijdautomaat door de digitale LED-weergave van de sluitertijd,
– bij handmatige instelling door een van de beide driehoekige
LED's, eventueel samen met de middelste, ronde LED.
Als de ontspanner weer wordt losgelaten zonder de sluiter te
activeren, blijft de belichtingsmeter nog circa 12 s lang ingescha-
keld en blijft (blijven) de betreffende LED('s) zolang branden.
Wanneer het tijd-instelwieltje op
uitgeschakeld.
82
)
1000
staat, is de belichtingsmeter
B
Opmerking:
• Als de weergaven zijn verdwenen, bevindt de camera zich in een
'Stand-by'-toestand.
• Bij zeer weinig omgevingslicht (dat wil zeggen: in het grensge-
deelte van de belichtingsmeter) kan het circa 0,2 s duren tot de
LED's branden.
• Als een juiste belichting met de beschikbare sluitertijden bij
tijdautomaat niet mogelijk is, knippert als waarschuwing de
sluitertijdweergave (meer hierover vindt u in het hoofdstuk 'De
tijdautomaat' op pagina 83).
• Als bij handmatige instelling en zeer weinig licht het meetbereik
van de belichtingsmeter niet wordt gehaald, knippert als waar-
schuwing de linker driehoekige LED. Bij tijdautomaat wordt
verder de sluitertijd weergegeven. Wanneer de benodigde slui-
tertijd de langst mogelijke tijd van 60 s overschrijdt, knippert
ook deze weergave.
• Wanneer de camera langere tijd niet wordt gebruikt of in een tas
wordt opgeborgen, moet deze altijd met de hoofdschakelaar
worden uitgeschakeld. Hierdoor wordt ieder stroomverbruik
voorkomen dat ook in de stand-by modus na het automatisch
uitschakelen van de belichtingsmeter en het verdwijnen van de
weergaven toch nog plaatsvindt. Onbedoelde opnamen worden
hiermee ook verhinderd.
De sluitertijd die nodig is voor een correcte belichting, respectieve-
lijk de afwijking van een juiste belichting, wordt aangegeven door
de zoekerweergaven, respectievelijk wordt met hun behulp bere-
kend (zie de volgende secties).

Publicité

Chapitres

Table des Matières
loading

Table des Matières