Repareer of demonteer de airconditioner niet zelf. Bij ondeskundige reparaties vervalt de
garantie en kan er schade ontstaan aan de gebruiker of zijn eigendommen.
PROBLEEM
De airconditioning werkt
niet.
Het verkoelende effect is
niet goed.
Veel lawaai.
De compressor werkt
niet.
De afstandsbediening
werkt niet.
'E1' verschijnt op het
scherm.
'E2' verschijnt op het
scherm.
In overeenstemming met de richtlijnen: 2012/19 / EU en 2015/863 / EU betreffende de beperking van het
gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur, evenals hun afvalverwerking.
Het symbool met de gekruiste vuilnisbak op de verpakking geeft aan dat het product aan het einde van
zijn levensduur als gescheiden afval wordt ingezameld. Daarom moet elk product dat het einde van zijn
levensduur heeft bereikt, worden afgeleverd bij gespecialiseerde afvalverwijderingscentra voor de selec-
tieve inzameling van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, of bij de aankoop van soortgelijke
nieuwe apparatuur in één keer aan de detailhandelaar worden geretourneerd. voor één basis. Een juiste ge-
scheiden inzameling voor latere inbedrijfstelling van apparatuur die wordt verzonden om te worden gerecy-
cled, behandeld en op milieuvriendelijke wijze afgevoerd, helpt mogelijke negatieve effecten op het milieu
en de gezondheid te voorkomen en optimaliseert recycling en hergebruik van de componenten waaruit het
apparaat bestaat. De onrechtmatige eliminatie van het product door de gebruiker impliceert de toepassing
van administratieve sancties in overeenstemming met de wetten.
PROBLEMEN OPLOSSEN
MOGELIJKE OORZAAK
Er is geen elektriciteit
De overloopindicator geeft "FL" aan. Het interne water afvoeren.
De omgevingstemperatuur is te laag
of te hoog.
In de koelmodus is de omgeving-
stemperatuur lager dan de ingestel-
de temperatuur.
In de ontvochtigingsmodus is de
omgevingstemperatuur laag.
Er is direct zonlicht.
De deuren of ramen staan open;
er zijn veel mensen; staat in de
koelmodus of er zijn andere warm-
tebronnen.
Het filterzeefje is vuil.
De luchtinlaat of -uitlaat is geblok-
keerd.
De airconditioner staat niet op een
vlakke ondergrond.
Oververhittingsbeveiliging wordt
automatisch geactiveerd.
De afstand tussen het apparaat en
de afstandsbediening is te groot.
De afstandsbediening is niet goed
uitgelijnd met de ontvanger.
De batterijen zijn leeg.
De leidingtemperatuursensor werkt
niet goed.
De omgevingstemperatuursensor
werkt niet goed.
OPLOSSING
Sluit het apparaat aan op een stop-
contact en schakel het in.
Het wordt aanbevolen om de machine
te gebruiken bij een temperatuur van
7-35 0C (44-95 0F).
Wijzig de ingestelde temperatuur.
De machine wordt in een ruimte
geplaatst met een omgevingstem-
peratuur boven de 17 graden Celsius.
0C (62 0F).
Doe de gordijnen dicht.
Sluit deuren en ramen of installeer
extra airconditioning.
Maak het filter schoon of vervang
het.
Verwijder obstakels.
Plaats de airconditioner op een
vlakke en harde ondergrond (om het
geluid te verminderen).
Wacht 3 minuten tot de temperatuur
daalt en start het apparaat vervol-
gens opnieuw.
Houd de afstandsbediening dicht bij
de airconditioner en zorg ervoor dat
de afstandsbediening rechtstreeks
op de ontvanger gericht is.
Vervang de batterijen.
Controleer de buistemperatuursensor
en de bijbehorende circuits.
Controleer de omgevingstemper-
atuursensor en de bijbehorende
circuits.
NE D E RL ANDS
61